Managed hosting door True

Revolutie in omroepland

Van satelliet via glasvezel naar ethernet als distributieoplossing

 

Dankzij de satelliet kunnen we live beelden van internationale gebeurtenissen bekijken vanuit onze luie stoel, die honderden, zelfs duizenden kilometers verwijderd is van het evenement. Het transporteren van beelden van de ene locatie naar de andere via de satelliet is niet zo vanzelfsprekend meer als het ooit was. In de omroepwereld heeft een ware revolutieplaats: glasvezel netwerken vervangen de klassieke satelliet, en de toekomst is aan ethernet.

  
Als je netwerkcapaciteit afneemt van een van de goede netwerkaanbieders, kunnen glasvezelverbindingen met ethernet ongelimiteerde bandbreedte leveren.
Neem de Olympische Spelen in Athene die we op de voet kunnen volgen. Dit jaar schrijven de spelen meer dan alleen sportgeschiedenis. De omroepen gebruiken voor het eerst een internationaal landelijk netwerk in plaats van alleen een satelliet om beelden de wereld rond te sturen. Via het Europese datanetwerk van Interoute verstuurt het grootste telecombedrijf in Griekenland, OTE, live beelden door de grond en de zee in plaats van door de lucht. De Engelse BBC, de Japanse NHK en de Europese EBU (European Broadcasting Union) ontvangen al hun beelden via dit netwerk, ook de NOS. Dit is nieuw en uniek, maar wel het resultaat van een ontwikkeling die al jaren lang gaande is.

Convergentie

Het convergentiedebat onder de carrier-netwerken begon al in de jaren negentig. Nu zien we de eerste tekenen van implementatie van dit soort glasvezelnetwerken bij de omroepen. Naast de overeenkomst tussen OTE en het IOC maakte BT recentelijk bekend dat het één miljard pond gaat investeren in een netwerk voor filmproducent 21st Century. Hoewel de grootste drijvende krachten achter convergentie spraak en data zijn, sturen video en omroepnetwerken nu de convergentie in de omroepwereld.
De redenen hiervoor zijn simpel. Tot voor kort was het eenvoudigweg te moeilijk om aan de wensen van de omroepsector te voldoen. Bovendien was voor de grote netwerkaanbieders het rendement te laag om forse investeringen in omroepnetwerken te rechtvaardigen. Omroepen eisen beelden van uitermate hoge kwaliteit, een factureringsmodel dat binnen minuten en uren werkt en een netwerkbeschikbaarheid van 100 procent.
Glasvezelnetwerken werden al enige tijd gebruikt als backup in het geval dat de verbinding met de satelliet verbrak. Nu beginnen de omroepen de voordelen van glasvezel te ontdekken. Het verschil in beeldkwaliteit vergeleken met de satelliet is duidelijk. Satelliet is nooit een goede zender geweest voor zware videostreams. Neem bijvoorbeeld de vaak door veldjournalisten gebruikte videofoon. De kwaliteit is niet echt om over naar huis te schrijven. Satelliet kan een stream van 1,4 Gbps gewoon niet verzenden.

Kosten

De eerste voordelen van een glasvezelnetwerk voor omroepen zijn kwaliteit en kosten. Optische netwerken hebben geen last van de zware storingen die bijvoorbeeld het drukbezette luchtruim kent. Bovendien betekent de dramatische verlaging van de prijs van bandbreedte in Europa dat het niet zo moeilijk meer is om een netwerk van hoge kwaliteit te bouwen. Beelden hoeven niet meer gecomprimeerd te worden om bandbreedte te sparen. Hierdoor wordt het proces van contributienetwerken gesimplificeerd en kunnen de wat meer gesofisticeerde omroepers controle uitoefenen op hun contributie-infrastructuur.
Het is niet zo dat glasvezeloplossingen pas sinds kort de aandacht van de omroepen trekken. De omroepen erkennen atm (asynchronous transfer mode) allang, omdat het hoge kwaliteit biedt en de datatoevoer naar wens te veranderen is (4, 6, 8, 16, 32 Mbps). Om gebruik te kunnen maken van ruwe bandbreedte en sdh (synchronous digital hierarchy) moeten de meeste omroepen nog steeds een transcoder met de correcte interface gebruiken (meestal sdi). In tegenstelling tot satellieten staan deze systemen altijd aan. Dit betekent dat investeringen in glasvezeloplossingen wel gerechtvaardigd moeten worden.
Er zijn stromen van verandering aan beide uiteinden van de bandbreedteschaal. Aan de ene kant demonstreerde de uitzendingen van de Wereldbeker in 2002 de hoge kwaliteit van hdtv (high definition television). Hdtv gebruikt echter 1,4 Gbps, vijf keer meer bandbreedte dan normaal. Vijf jaar geleden was deze hoeveelheid aan bandbreedte - een golflengte van 2,5 Gbps - ongelofelijk duur. Nu de kosten zo'n tien keer lager liggen dan voorheen hoeven er aan de kwaliteit geen concessies meer gedaan te worden.
Aan de andere kant is er ip (internet protocol). In het nieuwscircuit wordt ip zo langzamerhand erg populair. Dit komt doordat ip niet alleen voor spraak, data en internet te gebruiken valt, maar ook portretbeelden kan dragen. Bovendien maakt het niet veel uit hoe informatie over internet verstuurd wordt, als het maar op de juiste plek aankomt. Dit maakt het echter problematisch voor omroepen die garanties willen. Mpls (multi protocol label switching, het neefje van ip) combineert de kwaliteit van atm met de flexibiliteit en gangbaarheid van ip. Bovendien is de data die over mpls verstuurd wordt te factureren op verbruiksbasis. Dit maakt het factureringsmodel van mpls vergelijkbaar met dat van satelliet, maar wel veel goedkoper.

Controle

De grootste misvatting is dat de controle op en de kwaliteit van mpls in het protocol liggen. De manier waarop mpls wordt geïmplementeerd is een onderdeel van de controle die een netwerkbeheerder kan uitoefenen op zijn netwerkinfrastructuur. Daarmee kan hij voldoende bandbreedte reserveren en het dataverkeer in toom houden.
De kans bestaat dat deze twee technologieën langzaam maar zeker hun weg vinden in de omroepwereld. Daarbij zullen ze regelmatig te maken krijgen met tegenwerking vanuit de sector, die de voorkeur geeft aan eigen omroepoplossingen nu de exclusiviteit van het luchtruim doorbroken is.
Voordat dit allemaal werkelijkheid wordt is er wel een ontwikkeling waar we rekening mee moeten houden: de revolutie die - meer per ongeluk dan expres - door de omroepwereld raast: ethernet. De reden hiervoor is simpel. De laatste vijf jaar woedt er een soort format-oorlog tussen het slecht beheersbare maar effectieve ethernet en het dure tdm (time division multiplexing).
Zoals bij alle format-oorlogen is één factor cruciaal voor de overwinning: kosten. Ethernet-apparatuur is de laatste twee jaar tien keer goedkoper geworden, terwijl de prijs van tdm stabiel is gebleven. Dit klinkt net als het atm- en ip-sprookje. De prijsverlaging van ethernet heeft ertoe geleid dat grote fabrikanten erin zijn gaan investeren. Dit heeft de prijs verder gedrukt. Tdm dreigt achter te blijven omdat fabrikanten geen geld meer steken in deze technologie.

Kinderschoenen

Het kantelpunt voor ethernet in de omroepsector is dat grote netwerkleveranciers hebben aangetoond dat het onder controle te houden is. Daardoor worden een aantal moeilijk te beheersen elementen die bij ethernet horen beheersbaar. Inherent aan ethernet is dat transmissie via het netwerk op basis van gebruik kan plaatsvinden. Dit maakt het, net als bij ip, mogelijk om de traditionele factureringssystemen van omroepen te handhaven. Als je netwerkcapaciteit afneemt van een van de goede netwerkaanbieders, kunnen glasvezelverbindingen met ethernet ongelimiteerde bandbreedte leveren.
Proeven tussen Londen en Madrid en Londen en New York hebben aangetoond dat 7- en 20 Meg codec-transmissies (coder-decoder) resultaten boeken met omroepkwaliteit. Dit vereist niet zomaar een netwerk, maar een enorm netwerk. Ethernet werkt op 100 of 1000 Meg. De lage kosten van deze snelheden maken ethernet een aantrekkelijke oplossing voor de omroepen, die in eerste instantie nooit hadden gedacht dat dit een realistische distributieoplossing was. Een Gbe-adapter (gigabit ethernet) kost duizend dollar. Een vergelijkbare tdm-adapter kost bijna honderdduizend dollar.
Er zijn een paar ethernet-aanbieders, maar zij staan in de kinderschoenen vergeleken met het marktpotentieel. Om ethernet echt gangbaar te maken moeten de diensten via een netwerk lopen dat wordt beheerd door een serieuze netwerkaanbieder. In een standaard jaar verkoopt zo'n aanbieder meerdere terabits aan bandbreedte. Zelfs al wordt maar een fractie van deze bandbreedte ethernet, dan heb je toch een omvangrijk netwerk nodig. Er zijn maar weinig netwerkaanbieders die dit soort connectiviteit kunnen bieden. Dat vraagt namelijk een geavanceerd netwerk en kennis van omroeptechnologieën. Uiteindelijk is dit goedkoper en simpeler te implementeren, en maakt het de nieuwsgaring makkelijker.
De omroepwereld was relatief laat met het gebruik van glasvezelnetwerken om beelden de wereld rond te sturen. Er waren een paar grote evenementen als de Olympische Spelen en de Wereldbeker 2002 nodig voordat zij inzagen dat glasvezel betere kwaliteit biedt dan satelliet. Het zal waarschijnlijk even duren voordat de omroepwereld ethernet adopteert als een gangbare distributieoplossing. De grote uitdaging voor omroepen is dat de race naar ethernet al voorbij kan zijn voordat hij begonnen is.< BR>
 
BerendJan van Maanen, country manager Interoute

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1332293). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×