Managed hosting door True

Stedin verbetert datakwaliteit met SAS

 

Rotterdam

Stedin, netbeheerder van gas- en elektriciteitsnetwerken in de Randstad, heeft met het oog op de introductie van het Centraal Aansluitingenregister (C-AR) in 2013, de datakwaliteit van haar aansluitingenregister hoogste prioriteit gegeven. Stedin verbetert haar processen voor het meten, monitoren en rapporteren van datakwaliteit met behulp van SAS.

'Wanneer je circa vier miljoen aansluitingen in je database hebt staan, dan zijn er altijd wel enkele honderden tot soms zelfs wel duizenden aansluitingen aan te wijzen waarvan de stamgegevens incompleet of onjuist zijn', vertelt Norbert Detollenaere, Hoofd Aansluitingenregister Stedin. Stedin is zelf verantwoordelijk voor het onderhouden van een goede administratie in het Aansluitingenregister (AR). Detollenaere: 'Een slechte kwaliteit van het AR, in de vorm van onjuist of niet-geregistreerde aansluitingen, betekent niet alleen het niet in rekening kunnen brengen van geleverde diensten, maar mogelijk ook imagoschade, of zelfs verlies van de licentie om als netbeheerder te opereren. Om dit te voorkomen, koos Stedin voor een combinatie van SAS Enterprise BI voor monitoring, dashboard en rapportage, Data Integratie en SAS DataFlux voor datakwaliteitsbewaking.

Om de vrije marktwerking in de energiemarkt te benadrukken, wordt in opdracht van alle netbeheerders door Energie Data Services Nederland (EDSN) een Centraal Aansluitingenregister aangelegd. Dit C-AR zou in eerste instantie al operationeel zijn in 2010. Deze planning liep vertraging op en nu is de planning dat de netbeheerders uiterlijk per 1 januari 2013 hun aansluitingen in het C-AR hebben ondergebracht. Stedin startte hiervoor al in 2008-2009 met project ProDQM: het professionaliseren van datakwaliteitsmanagement.

Eén enkele waarheid

Stedin

Norbert Detollenaere, Hoofd Aansluitingenregister Stedin:'Aangezien het mensenwerk blijft, zijn er bij de vier miljoen aansluitingen van Stedin altijd een paar duizend aansluitingen incompleet.'

Op dit moment houden alle netbeheerders de gegevens bij van de gas- en elektriciteitsaansluitingen in hun eigen systemen. In het C-AR worden de specifieke gegevens van elke aansluiting (zowel groot- als kleinverbruik) centraal bijgehouden in een database die wordt beheerd door EDSN. De netbeheerders vullen deze database zodat alle aansluitingen op één plek zijn vastgelegd. Daarnaast onderhouden de netbeheerders de eigenschappen van de aansluitingen zoals gecontracteerde capaciteit en producttype als gas of elektra.

In het C-AR kan op elk moment slechts één leverancier per aansluiting geldig zijn. Conflicten over wie wanneer een aansluiting heeft geleverd, zullen daardoor tot het verleden behoren. De gegevens in C-AR gelden altijd als enige waarheid. Door de gecentraliseerde locatie van de data wordt het elektronisch berichtenverkeer tussen de verschillende partijen vereenvoudigd waardoor wordt bespaard op administratieve kosten.

Datakwaliteitindex

'Op het moment dat je datakwaliteit niet op orde is, kun je niet alle transportkosten in rekening brengen. Als je je aansluiting niet compleet hebt, kun je deze niet alloceren aan een leverancier en dat betekent administratief netverlies. Ook fraude leidt tot administratief netverlies.' Een fout of het ontbreken van bepaalde stamgegevens ontstaat bijvoorbeeld bij de aanleg van een nieuwe aansluiting. Wanneer Stedin een verzoek ontvangt voor een nieuwe aansluiting, gaat het deze aansluiting realiseren en vult zij het contract met allerlei gegevens. Wie is de leverancier, wat is de EAN code, de profielcategorie en het standaardjaarverbruik (SJV). Als één van die gegevens ontbreekt dan kun je die aansluiting niet alloceren en dus niet toewijzen aan een leverancier.

'Aangezien het mensenwerk blijft, zijn er bij de vier miljoen aansluitingen van Stedin altijd een paar duizend aansluitingen incompleet, onder andere als gevolg van openstaande werkvoorraad. Het nauwkeurig monitoren van de data laat zien wat de kwaliteit van de ingevoerde stamgegevens is. Ook kun je rapportages maken op basis van tijdigheid. De periode tussen realisatie en invoer in het systeem moet zo kort mogelijk blijven. Een aansluiting kent nu een set van zeventien verplichte stamgegevensvelden. Van 99,87 procent van onze aansluitingen is de set aan verplichte gegevens compleet en correct. Het gaat hierbij uitsluitend om stamgegevens en niet om meet- en verbruiksdata.'

Transparantie

Op 1 januari 2013 moeten alle netbeheerders hun aansluitinggegevens in het C-AR hebben. Detollenaere: 'We zijn druk bezig. Wij controleren de kwaliteit nu op zeventien stamgegevensvelden maar het C-AR werkt met circa vijftig attributen. Dit betekent dat onze datakwaliteitindex over al deze attributen dus wel wat daalt. Ik verwacht dan uit te komen op circa 97,5 procent. Momenteel zijn we volop bezig om de gehele kwaliteit op een hoger peil te brengen. De netbeheerder wijzigt gegevens in het C-AR, evenals de leverancier. Het C-AR bevat de enige waarheid. Een positieve ontwikkeling van deze introductie is in mijn ogen ook de eenduidige definities en validatieregels van stamgegevens. Ook transparantie zie ik als een groot voordeel.'

'Om de datakwaliteit structureel te monitoren zijn we op zoek gegaan naar een oplossing. Tot dan werkten we met handmatige queries om datakwaliteit te meten. We hadden behoefte aan een standaard datakwaliteitoplossing waar we al onze validatieregels in kwijt konden en die we dagelijks draaien over alle databases heen om te kijken wat er wel of niet voldoet. We kozen SAS vanwege de Validatie Regel Manager (Business Rules Manager) die het biedt om onze bedrijfsregels in te voeren en te onderhouden. Een ander voordeel van SAS is de data-integratiemogelijkheden waarmee je data uit verschillende bronsystemen bij elkaar brengt en via de Business Rules Manager valideert. Vervolgens koppel je ze via de portal weer terug aan de aanleverende partijen. Wij maken datavervuiling inzichtelijk, maar lossen het niet op. Wij hebben als afdeling Aansluitingenregister niet eens mutatierechten.'

Bronsystemen

'Ons aansluitingenregister bestaat uit twee systemen, MVS en Hera+. MVS is voor kleinverbruik, Hera+ is voor grootverbruik. Wij halen nu de informatie uit beide systemen naar het SAS-systeem waar we de validatieregels over de gegevens heen laten gaan. De datakwaliteitsgegevens en -index die daaruit komen, voorspellen ook hoe dit er in het C-AR uit gaat zien en waar dus nog verbetering nodig is. Als we het C-AR op een gegeven moment ook ontsluiten richting SAS dan kunnen we meteen een registervergelijking maken tussen C-AR en ons lokale AR, zodat we ook de migratie en dagelijkse synchronisatie kunnen controleren.'

De winst voor Stedin zit hem vooral in het vroegtijdig signaleren van verbeteringen die moeten worden doorgevoerd op de datakwaliteit. Daardoor wordt administratief verlies (enkele miljoenen euro's per jaar) en eventuele imagoschade als gevolg van foutieve facturatie of allocatie voorkomen. 'Een goed imago opbouwen en behouden, is voor Stedin van groot belang. Door de datakwaliteit te verbeteren voorkom je eventuele negatieve gevolgen richting klanten en markt. Stedin wil de beste netbeheerder van Nederland zijn. Meespelen in de top van de eredivisie. Klanttevredenheid is voor ons een belangrijk doel en hier draagt datakwaliteit direct aan bij. Stedin is dé netbeheerder van de Randstad, dat zorgt wel voor veel maatschappelijke verantwoordelijkheid. Stedin neemt die verantwoordelijkheid.'

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/4565497). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×