Managed hosting door True

Productiviteitsparadox opgelost

Dit artikel delen:

Meer investeren in informatietechnologie leidde niet meetbaar tot een hogere productiviteit. En dat terwijl de rekenkracht die computers brachten bepaalde gestructureerde processen op microniveau enorm konden versnellen. Dat is kort gezegd de productiviteitsparadox die tot en met begin jaren negentig opgeld deed.

Drie verklaringen waren er voor de productiviteitsparadox. Misschien was er een meetprobleem waardoor productiviteitsverbeteringen niet aan het licht kwamen. Misschien werden de verkeerde dingen gemeten omdat het meer om kwaliteitsverbeteringen ging. Of misschien trok men gewoon te vroeg conclusies omdat de investeringen pas veel later vruchten gingen afwerpen. Het vele onderzoek naar productiviteit in verschillende marktsectoren maakte het onwaarschijnlijk dat er begin jaren negentig een echt meetprobleem was. Het vele onderzoek was redelijk eensluidend: op dat moment was er zeker geen positieve relatie tussen it-investeringen en productiviteit. Dat productiviteit niet de enige maatstaf moest zijn was al wel duidelijk geworden, want organisaties konden ook aan kwaliteit winnen. Wat moest een consultant nog zonder Powerpoint en tekstverwerker? Het reisreserveringssystemen Sabre van American Airlines bleek bijvoorbeeld een concurrentievoordeel voor de luchtvaartmaatschappij op te leveren. En zo waren er nog veel meer effectiviteitsvoordelen te vinden binnen individuele organisaties. Tenslotte bleek het inderdaad zonder meer te vroeg om over it een oordeel te vellen met betrekking tot macro-economische productiviteitsgroei. De it was nog te onbeholpen en moest nog een fundamentele transformatie ondergaan.
Met de doorbraak van internationale internetstandaarden als Html, XML, TCP/IP, Java, Smtp, Mime, en vele andere standaarden op het gebied van telecom zoals GSM, is het raadsel van de productiviteitsparadox pas tot een ontknoping gekomen. Het productiviteitsprobleem met betrekking tot it-investeringen zat enerzijds in hoge kosten, en anderzijds in de reikwijdte van it-diensten: deze waren hoofdzakelijk beperkt tot ondersteuning van interne bedrijfsprocessen. De wereldstandaarden hebben de kosten voor het opzetten van it-systemen enorm gedrukt; ter illustratie: voor een paar tientjes per maand is een wereldwijd bereikbare informatiedienst via het web op te zetten. Anderzijds is informatie-technologie informatie- en communicatie-technologie geworden, en daardoor nu in staat om niet alleen interne maar ook externe en interorganisationele bedrijfsprocessen te ondersteunen. De effecten van ict zijn nu niet alleen op microniveau (een individu) en op mesoniveau (een organisatie), maar ook op macroniveau zichtbaar.
Macro-economen die ict-effecten voor het eerst op macroniveau terugzagen noemden dat de "Nieuwe Economie". Economie blijft echter een vorm van koffiedik kijken: je weet dat er altijd golven omhoog en omlaag zijn. Je weet alleen nooit precies wanneer ze gaan optreden en hoe diep omlaag of hoe stijl omhoog. Niet meer te ontkennen valt dat op macroniveau internet, ofwel het web, een dynamische nieuwe markt geworden is waar toetredingsdrempels voor nieuwe partijen fors gedaald zijn, en waar de moordende concurrentie ertoe leidt dat inefficiënte initiatieven snel worden afgestraft. Verder is de wereldmarkt door internet veel transparanter geworden. De heftige koersbewegingen van de Nasdaq met betrekking tot internet- en ict-fondsen hadden een meetbaar macro-economische effect: er werd eerst in korte tijd zeer veel geld aangetrokken, vervolgens veel waarde gecreëerd door scherp stijgende koersen, en vervolgens in zeer veel gevallen ook weer vernietigd. Ook al zijn veel technologiefondsen in waarde gedaald, een internetfonds als Cisco heeft - ondanks de dip - in slechts een tiental jaren een zeer omvangrijke marktkapitalisatie opgebouwd. Aangezien niet technologie voor waardecreatie zorgt, maar de wijze waarop een technologie wordt gemanaged en ingezet, is het niet verwonderlijk wanneer er veel mislukkingen optreden. Pas over langere perioden gemeten, is het zinnig om te kijken naar correlaties tussen groei in het Bruto Nationaal Product van een land, en het niveau van de ict-investeringen.
Omdat er op mesoniveau al een zeer groot aantal voorbeelden van productiviteitsverbeteringen en soms effectiviteitsverbeteringen is, dankzij ict, is het slechts een kwestie van tijd voordat deze effecten ook op macroniveau nog sterker zichtbaar worden. Voorbeelden zijn de fors gedaalde transactiekosten bij online bestellen bij een handelsbedrijf versus bestellen via fax of telefoon. Internet-edi slaagt, waar klassieke edi (bijvoorbeeld op basis van Edifact) te duur bleek. Denk verder ook aan de concentratie die optreedt doordat sommige detaillisten zich in segmenten als boeken, muziek, hardware, software, kantoorartikelen en porno op een wereldmarkt kunnen richten, en daardoor met één enkele website een wereldwijde winkel kunnen opzetten. Een goed voorbeeld is ook de veel efficiëntere online distributie van content zoals software, informatie en muziek.
Aangezien de parameters van de internetmarkt positief zijn, is een verdere groei van bijvoorbeeld ons BNP te verwachten: variabelen als aantal gebruikers, internetverkeer, en aantal transacties blijven voorlopig met minimaal twee cijfers per jaar groeien. Geduld is nog wel gewenst. Pas in de komende decennia zijn in economische zin de vruchten te plukken van ict-investeringen. Mijns inziens gaat het om een lange golf in de economie met een langdurig opwaarts effect van tientallen jaren, voordat de groei-impuls is uitgewerkt.
 
Martijn Hoogeveen is hoogleraar multimedia aan de Open Universiteit en directeur van TakeitNow.com. Reageer via: martijn@takeitnow.nl.

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.