Managed hosting door True

Commodore: van micro tot multimedia

Tulip reanimeert klassieke merknaam voor online-muziekwinkel, lege cd's en retro

 

Pc-producent Tulip onthulde vorige week de reanimatie van het bekende microcomputermerk Commodore. Naast - reeds lang verkrijgbare - usb-sleutels beslaat het merk nu een online-muziekwinkel, muziekspelers (wma), lege cd-r-schijven en spel-images voor nostalgische gebruikers. De oorsprong van Commodore is wel wat anders.

  
Commodore speelt in op de trend van retrocomputing, of retrogaming, met de C64 DTV -joystick (Direct-to-tv). Dit is de klassieke Arcade Joystick van de Commodore 64 met daarin enkele spellen van die oude microcomputer.
De Poolse Jood Jack Tramiel, geboren in 1928, vlucht na de Tweede Wereldoorlog - met vijf jaar in concentratiekampen - in 1947 naar de Verenigde Staten. Na een moeizaam begin, gaat hij het leger in en leert daar typemachines en calculators repareren en onderhouden. Na zijn diensttijd begint hij in 1954 een reparatiebedrijf voor typemachines. De naam van deze onderneming: Commodore, vernoemd naar het automodel Opel Commodore dat Tramiel ziet rijden op het moment dat hij een naam zoekt. De ex-militair wil namelijk een krachtige naam, zoals General of Admiral maar die zijn al bezet.
Het jaar erop verhuist hij zijn bedrijf van New York naar de Canadese stad Ontario en richt zich op kantoormachines, waaronder ook rekenapparaten. Terwijl de zaken redelijk lopen, moet Tramiel toch 's nachts bijbeunen als taxichauffeur. Hij heeft echter ambities en wil niet alleen typemachines repareren, maar ze ook zelf maken. Daarvoor is echter een licentie nodig, die hij uiteindelijk verkrijgt van een Tsjechisch bedrijf. De productie loopt dermate goed dat hij al snel machines exporteert naar de Verenigde Staten. In 1962 past Tramiel de naam aan, met een vette knipoog naar IBM: Commodore Business Machines. In 1970 brengt zijn bedrijf de eerste elektronische zakrekenmachine op de markt.

Opkomst

Van elektronische rekenmachines naar computers lijkt een kleine stap, maar is dat niet. De geslepen zakenman ziet echter geld in de computermarkt en zet door. Hieruit volgt niet meteen een succesverhaal. Tegen 1976 staat Commodore namelijk aan de rand van de afgrond. Oprichter Tramiel leent drie miljoen dollar van de Canadese investeerder Irving Gould, die sinds 1965 president-commissaris is bij het bedrijf. Die lening dient voor de overname van chipfabrikant MOS Technologies, die de 6502-chip maakt, zodat Commodore zijn eigen toeleveringsketen bezit.
Tramiel heeft deze les geleerd van concurrent Texas Instruments, die Commodore in de jaren ervoor de calculatormarkt uitwerkt doordat TI zelf de chips maakt voor zijn rekenmachines. Commodore gebruikt ook TI-chips, maar betaalt daar natuurlijk een andere prijs voor. Een jaar na de overname van MOS komt de rekenmachinefabrikant met de Personal Electronic Transactor, de PET-microcomputer. In 1981 ziet de VIC-20 het licht. Deze microcomputer heeft kleurenweergave en kan ook nog eens geluid maken, maar is wel voor consumenten geprijsd.

CBM64

Krap een jaar later volgt de grote klapper: de Commodore 64. Deze microcomputer, ook bekend als CBM64 en C64, gaat de geschiedenis is, onder meer als meestverkochte thuiscomputer ooit, met dertig miljoen verkochte exemplaren. Het is echter ook de machine die veel mensen aan het programmeren brengt. Dit is te danken aan het feit dat gebruikers met dit systeem ook meteen programmeertaal Basic (van Microsoft) in handen hebben, plus uitbreidingsmogelijkheden middels insteekmodules. Dat zijn gebruiksvriendelijke, maar tegelijkertijd ook programmeurskrachtige modules als de Expert Cartridge en de Final Cartridge - waarvan er overigens meerdere versies zijn verschenen.
Veel huishoudens leren de CBM64 kennen doordat het naast boekhoudprogramma's ook veel spellen draait. De softwarecatalogus voor de machine bereikt gigantische proporties, mede doordat iedereen er meteen software voor kan schrijven. De thuiscomputer beleeft zijn Gouden Eeuw, terwijl ook de zakelijke markt wel wat in de C64 ziet.

Amiga-aankoop

Tegen 1984 trekt Tramiel zich terug; hij treedt af als president, maar verkoopt ook zijn aandelen. Investeerder Gould neemt de leiding over en besluit een jaar later Amiga Inc. over te nemen. Commodore worstelt zelf namelijk met een waardige opvolger voor de toen al legendarische CBM64. Terwijl het dat doet, werken enkele hardware-ingenieurs onder de naam Amiga aan een futuristische computer met gespecialiseerde hardware voor beeld en geluid. Hun vroege werk is dermate indrukwekkend dat Commodore hierin zijn toekomst ziet. Die computer is dan ook vooral bekend als de Commodore Amiga.
Later in 1985 maakt 's werelds eerste multimedia computer zijn debuut: de Amiga 1000. Dit systeem kent niet alleen kleur en geluid - en véél daarvan (tinten en kanalen) - maar ook een grafische gebruikersinterface met vensters. Sterker nog, het Amiga OS is een besturingssysteem dat meerdere taken tegelijk kan uitvoeren.
Pc's moeten het nog voornamelijk doen met Ms-dos in zwart/wit of een beperkt palet basiskleuren (geel, groen, blauw, rood). Apple is sinds 1984 al grafisch met zijn revolutionaire Macintosh-computer, maar multitasking is nog iets van de toekomst. Of van Commodore. Het is wederom niet meteen een succesverhaal; de 1000 doet het niet zo goed. Dan komt Commodore met een eenvoudiger, en vooral goedkoper, model: de Amiga 500. Dit is de machine die het succes van de C64 evenaart.

Ondergang

Het succes van de Amiga, en ondertussen ook nog dat van de Commodore 64, duurt enkele jaren. De laatste C64 wordt in 1992 geleverd, maar tegen die tijd zit het bedrijf weer in het slop. Commodore boekt in 1993 een miljoenverlies en ziet zijn marktaandeel dalen tot 1,7 procent van de wereldwijde markt voor persoonlijke computers - wat de oudere definities micro- en thuiscomputers omvat.

  
Muziekspelers met flashgeheugen worden ook voorzien van de Commodore-naam. De modelnaam mPet verwijst naar de klassieke PET-microcomputer.
Minder bekend is dat Commodore zelf ook aan 'echte' pc's doet: IBM-compatibele computers, later Intel- of x86-compatibel genoemd. In 1986 verschijnen er al AT-machines van het bedrijf, dat de pc-markt tot aan 1993 blijft nastreven met verschillende modellen en generaties; vanaf Intels 8088-processor tot en met de 486.
In 1994 gaat Commodore over de kop. De Duitse pc-fabrikant Escom, met gelijknamige winkelketen, koopt een jaartje later de restanten inclusief naamsrechten. Die aanwinst bevat ook de Amiga-naam en -rechten. Escom doet diverse beloftes het Amiga-platform weer tot leven te wekken met nieuwe modellen. Ondertussen voorziet het zijn pc's van de bekende Commodore-naam en -logo.
Toch is dit niet voldoende om de concurrentieslag te overleven. In 1997 laat het bedrijf nog zijn oorspronkelijke naam vallen en neemt het de gekochte naam aan. Escom gaat echter failliet, en wel in datzelfde jaar. De Amerikaanse pc-producent Gateway 2000, tegenwoordig Gateway geheten en alleen nog maar actief in de Verenigde Staten, koopt de rechten op Amiga. Tulip koopt de overige Commodore-inboedel van de Escom-curator en wil het gebruiken 'voor de toekomst'.
De Nederlandse pc-producent heeft het echter ook niet bepaald gemakkelijk en stoot in 1998 zijn pc-fabriek af om een doorstart te maken. De directie meldde toen dat er in het nieuwe Tulip geen plaats is voor Commodore; een koper wordt gezocht, maar niet gevonden. Na wederom tegenslag wordt Tulip in januari 2004 gekocht om onder die merknaam lifestyle-notebooks op de markt te zetten.

CBM anno nu

Het hedendaagse Commodore International BV is een dochteronderneming van Tulip. De Nederlandse pc-producent neemt in juli 2003 het Britse multimedia- en marketingbureau Ironstone Partners in de arm om iets te doen met de Commodore-naam. Ironstone krijgt de eigendomsrechten tegen betaling in licentie en de twee partners kondigen aan dat ze het merk Commodore opnieuw lanceren. Vooralsnog zonder concrete producten. De plannen omvatten wel het terugbrengen van de Commodore 64, maar dan op gewone pc's.
Ironstone lijkt op het eerste oog een wat vreemde partner; het omschrijft zichzelf als "een commercieel voertuig dat is geschapen door een aantal individuen met een gecombineerde ervaring van meer dan honderd jaar in de wereldwijde spel- en media-industrieën." Deze brede omschrijving wordt vervolgd met de mededeling dat het bedrijf intellectuele eigendomsrechten bezit op een breed portfolio aan spel- en multimediaproducten. Dit lijkt vooral de Commodore-erfenis te zijn. Exacte gegevens, zoals ervaring in welke gebieden en hoeveel rechten op wat, worden niet verstrekt.
Vrij kort na de start van de samenwerking spelen Tulip en Ironstone met de gedachte munt te slaan uit de emulatie van oude Commodore-machines. Zij stellen dat de C64-gemeenschap nog zeker zes miljoen actieve gebruikers telt en ongeveer driehonderd commerciële websites, die zonder te betalen de merknaam gebruiken. Het aanpakken hiervan krijgt prioriteit.
Dit valt niet bepaald goed in de - nog altijd bestaande - fanatieke gebruikersgemeenschappen rondom de diverse micro's. Ironisch genoeg azen Tulip en Ironstone juist op diezelfde gemeenschappen. Regulering van of royaltie-heffing op emulatoren wordt vooralsnog niet het nieuwe bedrijfsmodel. Maar wat dan wel? Die vraag heeft nu een antwoord met de lancering van 'Commodoreworld' eind vorige maand.
Tulip meldt dit concept te hebben ontwikkeld samen met Ironstone en andere licentiepartners, waaronder online-muziekaanbieder Yeahronimo. De bedrijven zeggen zelf dat ze samenwerken om de financiële risico's te beperken van het ontwikkelen en produceren van nieuwe producten. Wellicht ook dat de individuele bedrijven het niet ieder op zich aankunnen.
Ironstone benadrukt dat Commodore een 'sterk merk' is, met wereldwijde herkenning. De nu onder dat merk gelanceerde producten en online-diensten overbruggen, volgens de leverancier, het 'eGap' van de consument. Dat entertainment gap is, zo meldt Ironstone, de discrepantie tussen consumentenelektronica enerzijds en niet-altijd-compatibele digitale inhoud anderzijds. De, nogal door marketingspeak gedreven, samenwerking tussen Tulip, Ironstone en partners brengt nu zelf consumentenelektronica voor die digitale inhoud, zoals muziekbestanden. Daarin waaien ze met de huidige trend mee die door Apple's iPod is aangewakkerd.

Merkenbeleid

De recente Commodore-gebeurtenissen doen denken aan Napster en Atari; ooit-bekende merken die ten onder zijn gegaan, om vervolgens gekocht en geëxploiteerd te worden door andere bedrijven. Toegegeven, dat is dan nog in dezelfde bedrijfstak: Napster in - legale - online muziek en Atari in spellen, maar eerstgenoemde is beperkt tot een enkele muziekmaatschappij, terwijl de tweede spellenuitgever en niet langer -maker is.
Commodore is nu weliswaar nog gelieerd aan computers, maar niet aan de machines zelf. Tulip doet niet wat Escom deed: een sticker met de merknaam plakken op zijn pc's. De huidige Commodore-eigenaar zoekt het in elektronica en diensten voor consumenten. Daaronder bevinden zich digitale muziekspelers, waarvan de namen terugverwijzen naar oude Commodore-computers: de 20GB eVic verwijst naar de VIC-20, de flashgeheugen-muziekspeler mPet naar de PET-microcomputer.
De nostalgie wordt gevoed met de C64 DTV-joystick (Direct-to-tv). Dit is de klassieke Arcade Joystick van de Commodore 64, met daarin een reeks spellen van die oude micro. Commodore volgt hiermee het voorbeeld van de Jakks TV Games, die klassieke joysticks-met-ingebouwde-spellen van Atari, Activision en Namco biedt. Daarnaast speelt Commodore in op de retrogaming-trend door op de Commodoreworld-website enkele oude C64-spellen te verkopen, voor emulatoren, die echter elders gehaald moeten worden. De Commodore-gemeenschap reageert dan ook gematigd; zij zien het nieuwe gebruik van de geliefde merknaam met lede ogen aan.< BR>

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1346599). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×