Managed hosting door True

NS kan met 'tracking & tracing' de inzet van materieel volautomatisch bijsturen

Op het spoor

 

NS heeft na een grondige voorbereiding een 'tracking & tracing'-systeem in gebruik genomen. Daarmee kan het spoorbedrijf via satelliet en mobiele communicatie de locatie en de samenstelling van treinen achterhalen. Zo'n duizend locomotieven en treinstellen zijn uitgerust met een gps/gsm-opstelling.

  
George Nagel (links) en Paul van der Leije: 'De 'tracking & tracing'-toepassing is een hulpmiddel, geen wondersysteem. NS kan wel nadenken over extra mogelijkheden, zoals actuele reisinformatie verstrekken in treinen of op perrons doorgeven waar de instapplaatsen zijn voor de eerste en tweede klas.'
Vorige maand zijn de nawerkzaamheden rond het 'tracking & tracing'-systeem afgerond. Na een succesvol proefproject in april 2001 is het t&t-systeem sinds juli 2002 overal in gebruik bij de Nederlandse Spoorwegen. Aan de basis ervan staat gps (global positioning system), een plaatsbepalingsysteem dat het mogelijk maakt via satellietsignalen de locatie van een object vast te stellen.
Systeemintegrator EDS en de Haagse leverancier van verkeerssystemen ARS Traffic & Transport Technology zijn de technologiepartners in het project. Projectmanager namens NS Reizigers is de van Atos Origin ingehuurde George Nagel. Hij vertelt dat de uitrol van het systeem behoorlijk complex is geweest. Circa duizend locomotieven, stuurrijtuigen en andere treinstellen met een motor moesten worden uitgerust met een boordcomputer en een combineerde gps/gsm-antenne. "Elk van die treinen belandde dus in de werkplaats. Een proces dat vooraf goed moest worden gepland en niet ten koste mocht gaan van het inzetten van de treinstellen voor de reizigersdienst. In het begin liep de inplanning en installatie soepel, maar op een gegeven moment kostte het moeite bepaalde treinen te achterhalen. Jammer dat we toen geen t&t-systeem konden raadplegen."

Hectisch

De boordcomputer is uitgerust met een gps-ontvanger, een gsm-modem en een database met coördinaten van de spoorwegknooppunten (de hoofd- en kopstations) waar de treinen van samenstelling kunnen wisselen. Op basis van het satellietsignaal wordt gedetecteerd wanneer een trein een knooppunt (ofwel detectiepunt) passeert, waarna de boordapplicatie de positie berekent. Vervolgens stuurt die applicatie een positiebericht via GSM door naar de t&t-toepassing aan de 'walkant'. Dan valt te vergelijken of de informatie klopt met de in dit systeem opgenomen plangegevens over hoe de treinen zijn samengesteld, gekoppeld aan de treinnummers uit de dienstregeling. Op deze manier weet NS precies wanneer een trein vertrekt, wat de samenstelling is, hoe de rit verloopt en of er moet worden bijgestuurd.

Linux op de bok
Als besturingssysteem voor de boordcomputers in de treinen is gekozen voor Linux, dat geschikt gemaakt is voor toepassing in ingebouwde apparatuur met een gelimiteerde geheugencapaciteit. De t&t-applicatie is ontwikkeld in C++, terwijl de software aan de 'walkant' geschreven is in Smalltalk, draaiend in een AIX-omgeving op een IBM RS6000. De berichtenuitwisseling is gebaseerd op Gats (Global Automotive Telematics Standard), een speciale ISO-standaard voor draadloze communicatie tussen voertuigen en walsystemen.
In de oude situatie was dit soort informatie niet altijd of slechts ten dele beschikbaar. Perronmedewerkers hielden voor de verkeersleidingsystemen de treinen in de gaten en gaven informatie door over de samenstelling en eventuele veranderingen. Tijdens hectische situaties, bijvoorbeeld vanwege een ontregelde treinenloop, had de perrondienst echter zijn handen vol aan ander regelwerk en stokte de informatievoorziening. Bovendien gaven de perronmedewerkers de mutaties mondeling door. De procesleider verwerkte deze vervolgens handmatig in het materieelregistratiesysteem, wat de foutkans aanmerkelijk vergrootte. Deze haperende informatieverstrekking vormde de hoofdreden dat op een normale werkdag zo'n 15 procent van het materieel zich op een andere plek bevond dan in de administratie was vastgelegd. Bij grote verstoringen liep dit percentage hoger op.
"Juist in noodsituaties, wanneer op bepaalde plekken extra treinen nodig zijn, is het noodzakelijk precies te weten waar treinstellen gebleven zijn", zegt Nagel. "Voorheen belde bijvoorbeeld een bijstuurder op station Utrecht naar Groningen met de vraag of treinstel met nummer zoveel er nog stond om een trein van Groningen naar Utrecht te versterken. Dan moest een spoormedewerker soms ter plekke op het emplacement kijken. Met het volautomatische t&t-systeem weet men de actuele verblijfplaats van een trein en kan er direct een opdracht uitgaan."

Parallel uitrijden

Het projectteam voerde veel werkzaamheden 's nachts uit. Soms doken er specifieke problemen op, zoals de aarding van de ingebouwde computers met oog op de wisselende spanning in de treinstellen. Stringente beveiligingseisen, waarbij de antenne niet het treincommunicatiesysteem Telerail mocht storen, bemoeilijkte voorts het bepalen van de beste plaats voor de antenne op het dak van de trein. "We hebben veel tijd besteed aan het testen", vertelt Nagel. "Dat gold vooral voor de berichten. Over de betrouwbaarheid ervan mag geen twijfel bestaan. Bepaalde detectiepunten in het netwerk gaven geen goede resultaten. Dan legden we die punten met behulp van software virtueel iets anders, of we bouwden een filter in die zulke berichten tegenhoudt. Denk bijvoorbeeld aan het parallel uitrijden van treinen uit een station, vlak langs zo'n detectiepunt. Daar raakte het systeem af en toe van in de war en haalde het treinnummers door elkaar."
Volgens Paul van der Leije, manager EDS Travel & Transport Solutions, is het t&t-systeem toegesneden op de Nederlandse Spoorwegen. "Het Nederlandse spoornet is zeer dichtbereden met veel planafwijkingen door vertragingen, defecten, en dergelijke. Daardoor is de kans dat treinstellen 'zoek' raken - anders worden ingezet dan gepland - groot. Bovendien kun je in één dag met een trein het land rond, waardoor op de dag zelf bijsturen zinvol kan zijn."
Van der Leije noemt het een bijzonder project. "Niet zozeer uit technologisch oogpunt, maar vanwege de toepassing. Het is voor het eerst dat een spoorbedrijf een t&t-systeem gebruikt om treinsamenstellingen en de relatie met de dienstregeling te bepalen op basis van positiegegevens van individuele treinstellen."< BR>

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1377888). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×