Managed hosting door True

CSC op oorlogspad met overname van Dyncorp

Camouflagepak naast colbertjas

 

Met de overname van Dyncorp stort Computer Sciences Corporation zich in de VS op de groeiende internationale bedrijfstak van de militaire dienstverlening. Naast systeemintegratie en it-oursourcing worden nu ook het ontbladeren van cocaplantages, het trainen van militia's en het bewaken van staatshoofden legitieme bezigheden van het Californische bedrijf. Er zijn dus toch nog opwindende banen te vinden in de ict.

CSC Nederland: stille kracht
In 1967 zet Computer Sciences Corporation Corporation (CSC, opgericht 1959) voet aan wal in Europa, en wel om precies te zijn in Nederland. Philips wilde in die periode een eigen nationale computerindustrie opzetten. Electrologica, de samenwerking tussen het Mathematisch Centrum en de Nilmij, bestond wel, maar kwam niet tot volle bloei. Ivan Jankie, al dertig jaar werkzaam bij CSC en tegenwoordig manager grote deals, vertelt dat het elektronicaconcern een partner zocht die de software-ontwikkeling voor de computers kon uitvoeren: het besturingssysteem, de compilers en de toepassingsprogrammatuur. "CSC werd uitverkoren. Samen richtten zij CSI op - Computer Science Industrie in Apeldoorn - waarin CSC een meerderheidsbelang verwierf."
In het begin stuurde CSC een tiental buitenlanders naar de Nederlandse vestiging; Jankie werd een paar jaar later de eerste 'national'. Begin jaren zeventig nam de Amerikaanse automatiseerder het aandeel van Philips over en herdoopte het bedrijf in CSC. De verbreding van de dienstverlening naar andere Europese landen begon. "Wij bleven Philips steunen maar vonden ook andere klanten. De Nederlandse marine in Den Helder werd onze eerste klant."
In 1972 bracht CSC ook zijn netwerkdochter Infoned naar Nederland. In de jaren negentig kwam dit in handen van een aantal Europese PTT's, waaronder het huidige KPN. Het rood vormgegeven logo van Infonet, dat op het CSC-beeldmerk lijkt, en de ligging van het hoofdkantoor in El Segundo pal naast dat van de voormalige moeder, herinneren nog aan dit recente verleden.
In Nederland richt CSC zich vooral op autonome groei. Begin jaren negentig werd wel het rekencentrum van Raet in Apeldoorn overgenomen. Later volgden nog andere kleine overnames, zoals Kobra (erp-consultancy), TRW Data (de Nederlandse vestiging van een Amerikaanse leverancier van betalingssystemen) en - als 'grootste klapper' - it-dienstverlener Sys-Aid uit Venlo (200 man). De hoofdzetel staat in Bunnik. Met een omzet van 100 miljoen euro en 650 medewerkers behoort CSC in Nederland tot de middenmoot der dienstverleners. Directeur is Dick Childs.
De Nederlandse organisatie leunt in vergelijking met de Amerikaanse moedermaatschappij veel minder op de overheid en de krijgsmacht. CSC is daar wel ict-partner, maar bedient een bredere kring klanten. Het afficheert zich liever niet met pure detachering, maar pakt graag de complexe ict-projecten aan, zoals bijvoorbeeld het geavanceerde C2000-systeem voor de zwaailichtensector. Daarnaast pikt de Nederlandse vestiging een graantje mee van wereldwijd afgesloten uitbestedingsdeals, zoals met Dupont, General Electric, BHP Billiton, British Telecom en, eind februari, Basell, een 'joint venture' van Basf en Shell met het juridisch hoofdkantoor in Hoofddorp. Het haalde zelf in 2000 een groot desktop-beheercontract binnen met Albert Heijn. Afgelopen jaar sleepte het een soortgelijke uitbestedingsopdrachten binnen van NS Reizigers.
CSC is in Nederland uitgegroeid tot een bekwaam, enigszins in zichzelf gekeerd ict-bedrijf dat in de markt bekend staat om zijn degelijkheid en deskundigheid. Geen Dyncorp-achtige toestanden dus. Buitenstaanders kennen de automatiseerder niet of nauwelijks, ondanks de imagocampagne 'Ik ben CSC' van een paar jaar terug. Het bedrijf roert ook bijna nooit de trom: het opereert haast in stilte. Kenmerkend hiervoor is dat CSC een paar jaar terug betrokken bleek te zijn bij het opzetten van diverse, opmerkelijke, belangrijke elektronische marktplaatsen, waaronder het Nederlandse Chemunity, maar daar nauwelijks ruchtbaarheid aan gaf.
Toch ziet ook CSC in dat een grotere naamsbekendheid in Nederland en andere Europese landen geen kwaad kan. Op initiatief van de Deense vestiging begon het in 2001met sponsoring van een wielerploeg, onder leiding van de Deense Tour-winnaar Bjarne Riss. Kennelijk smaakte dit naar meer, want dit jaar is CSC de officiële it-leverancier van de Tour de France. Dat kan in Nederland van de zomer niet onopgemerkt blijven!
 
Rik Sanders, redacteur
 
In tijden van dreigende oorlogen, verscherpte veiligheidsmaatregelen en slinkende economiën is het logisch dat Amerikaanse ict-bedrijven zich verdringen aan de enige ruif in de VS die almaar voller wordt, namelijk de staatsruif. De overheidsuitgaven gaan sinds 11 september 2001 het hardst omhoog op de begrotingen van het Pentagon en het nieuwe ministerie van Homeland Security. Gaf de Amerikaanse overheid in 2002 nog 37,1 miljard dollar uit aan ict, in 2003 stijgen die uitgaven naar 63,3 miljard dollar. Consultants van het marketingbedrijf Input in Chantilly, Virginia, verwachten in de komende vijf jaar een jaarlijkse groei van de ict- uitgaven van de overheid met 11 procent.
Computer Sciences Corporation (CSC), een bedrijf dat zijn hoofdkantoor heeft in El Segundo, Californië, is sinds jaar en dag één van de belangrijkste leveranciers van ict-diensten aan de Amerikaanse overheid. In het meest recente boekjaar ontving CSC in totaal 772 miljoen dollar voor diensten aan overheidsinstellingen als Nasa, de Centers for Disease Control en de Navy. In 2001 stond CSC op de twaalfde plek in de top-honderd van leveranciers aan het ministerie van defensie. Het enige ict-bedrijf dat in 2001 meer diensten leverde aan de Amerikaanse militairen was Science Application International.
Op vrijdag 13 december 2002 deed de top van CSC een graai naar een nog groter deel van de Amerikaanse defensie-uitgaven met een overnamebod van 950 miljoen dollar op Dyncorp. Dit particuliere bedrijf met 23.000 werknemers haalt 98 procent van zijn inkomsten, zo'n 2.3 miljard dollar per jaar, met overheidscontracten. De combinatie van CSC en Dyncorp zal na de fusie alleen nog Lockheed Martin en Northrop Grumman voor zich moeten laten in de top 100 van bedrijven die werken voor het ministerie van defensie. CSC/Dyncorp is in één klap een zwaargewicht geworden op de defensiemarkt.
Dyncorp is echter slechts voor de helft een ict-bedrijf. Veel werknemers van deze onderneming, die in 1946 werd opgericht door afgezwaaide piloten uit de tweede wereldoorlog, zijn moderne huurlingen van het Pentagon. "CSC is sterk in back-office-ondersteuning terwijl wij strijders aan het front kunnen ondersteunen," zegt Dyncorp's ceo Paul Lombardi. "Samen vormen we een perfect paar," voegt hij daar aan toe. Dyncorp doet onder het vaandel van 'technical support services' werk waar de Amerikaanse militairen geen tijd, geen zin, geen expertise of geen toestemming voor hebben.

Privatisering van oorlogsgeweld

In het kielzog van het Amerikaanse leger dat Irak binnenviel, ging een heel 'leger' van in de regels van de oorlog geschoolde burgers mee. Het gaat om werknemers, vaak oud-militairen, van ondernemingen die gespecialiseerd zijn in zaken als telecommunicatie, logistiek, wapensystemen, luchtverkenning, beveiliging, training, bevoorrading en computers. Tijdens de Golfoorlog van 1991 was één op iedere vijftig Amerikanen op het slagveld een civiele werknemer van een Amerikaanse bedrijf. In 1996 bestond de Amerikaanse vredesmacht in Bosnië voor tien procent uit dergelijke civiele huurlingen. Privatisering rukt overal op, ook in de oorlogsvoering.
In en rondom Washington DC zijn de hoofdkantoren gevestigd van een stuk of 35 bedrijven die zich bezighouden met het verlenen van hand en spandiensten aan het Pentagon. In de moderne technologie heten deze bedrijven 'private military contractors'. De bekendste is wel Kellog Bronw & Root, een dochteronderneming van Halliburton, het bedrijf waar Dick Cheney de baas was voor hij vice-president werd. Deze uitzendbureaus voor het militair-industriële complex worden vaak gerund door voormalige drie-en vier sterren-generaals. Het bedrijf Mpri gaat er prat op 'meer generals per vierkante meter te hebben dan het Pentagon." Andere namen in deze sector zijn Logicon, TRW en de eerder genoemde Dyncorp.
De privatisering van militaire taken is in de VS vooral op gang gebracht tijdens het bewind van Ronald Reagan. Deze president meende dat de overheid zo weinig mogelijk dan wel nooit moest concurreren met het bedrijfsleven. De ontwikkeling is recentelijk in een stroomversnelling geraakt omdat het leger met steeds minder mensen steeds meer taken moet verrichten. Sedert 1991, het jaar van de Golfoorlog, is het aantal Amerikaanse militairen met bijna een half miljoen verminderd. Nu Bush de geldkraan naar het Pentagon wijd open heeft gezet, worden er steeds meer burgers gebruikt om helicopters te vliegen, militaire transporten te verzorgen, soldaten op te leiden, communicatienetwerken op te zetten en politietaken te verrichten.

Drugsbestrijding Colombia

Met de overname van Dyncorp maakt CSC zijn entree op het terrein van de militaire dienstverlening en 'homeland security'. Dyncorp heeft weliswaar een ict-tak - opgericht toen er in het begin van de jaren negentig een overschot aan vrede dreigde - maar veel werknemers van dit bedrijf houden zich bezig met avontuurlijker ondernemingen. Dyncorp verzorgt de bescherming van de nieuwe Afghaanse president Mahid Karzai. In Bosnië vormden werknemers van Dyncorp de kern van de Amerikaanse politiemacht. Andere werknemers van het bedrijf bemannen patrouilles langs de Amerikaans-Mexicaanse grens, verzorgen munitietransporten naar Koeweit, onderhouden marineschepen in het Midden-Oosten en verzorgen de beveiliging van Nasa-projecten en de geheime plaatsen waar het Pentagon nieuwe wapens test.
De meeste publiciteit heeft Dyncorp gekregen door zijn betrokkenheid bij de burgeroorlog/drugsbestrijding in Colombia. Vliegtuigen van Dyncorp voeren daar patrouilles uit in opdracht van het ministerie van defensie en strooien ontbladeringsmiddelen over cocaplantages die in het oerwoud worden ontdekt. Volgens de New York Times zijn er minstens vijf werknemers van Dyncorp om het leven gekomen bij het uitvoeren van contracten in Latijns Amerika. Omdat deze werknemers geen uniformen dragen en niet thuis worden bezorgd in een lijkkist waarover de Amerikaanse vlag is gedrapeerd, kraait er geen haan na.
Het inzetten van burgers om het Amerikaanse buitenlandse beleid op een krachtdadige te ondersteunen heeft voor het Pentagon vele voordelen. Werknemers van bedrijven hoeven immers geen verantwoording af te leggen over hun activiteiten aan superieuren of aan het Amerikaanse congres. "Het is een zeer gevaarlijke situatie," zegt David Hackford, een voormalige kolonel van het Amerikaanse leger in de New York Times. "Het biedt het Pentagon de mogelijkheid betrokken te raken bij conflicten zonder soldaten of medewerkers van de CIA te sturen. De Amerikaanse belastingbetaler draait op voor de kosten van huurlingen en dat is in strijd met de grondwet," aldus Hackford.

Doden en vernielen

Vrijwel niemand heeft er in de VS problemen mee dat het Pentagon zaken als het onderhoud van militaire installaties en ict-operaties uitbesteedt aan het bedrijfsleven. "Je wilt dat het leger zich traint in het doden van mensen en het vernielen van dingen, niet in het ontwerpen van websites of het aan elkaar koppelen van databanken," zegt de defensie analist David Isenberg in Wired. De schoen begint echter te wringen wanneer het bedrijfsleven kerntaken van het leger gaat overnemen. Wanneer Dyncorp ingehuurd wordt om de Farc-rebellen in Colombia dwars te zitten, dan lijkt het erop alsof het Pentagon de verantwoordelijkheid voor potentieel controversiële acties afschuift naar het bedrijfsleven.
Dyncorp opereert met 88 vliegtuigen en 307 werknemers, waarvan 139 Amerikanen, in Colombia. Het Amerikaanse Congres heeft bepaald dat de Amerikaanse interventie in Colombia beperkt moet blijven tot 500 militairen en 300 werknemers van particuliere bedrijven. De Amerikaanse volksvertegenwoordiger Janice Schakowsky meent dat de deelname van de particuliere contractors aan acties in Colombia echter moeilijk of helemaal niet te controleren is. Ze denkt dat de Amerikaanse militairen missies privatiseren om zo controverses te vermijden. Schakowsky: "Ik vraag me af of dit niet een manier is om de bodybags uit de media te houden en militairen te beschermen tegen de publieke opinie."
Schakowsky heeft een wetsvoorstel ingediend om een einde te maken aan de Amerikaanse interventie in Colombia, maar geeft toe dat haar voorstel waarschijnlijk ten onder zal gaan in een huis van afgevaardigden dat momenteel het geraas van wapengekletter meer waardeert dan Beethovens vijfde. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent trouwens in alle toonaarden dat het particuliere ondernemingen als Dyncorp gebruikt om een geheime operaties uit te voeren in Colombia. In de optiek van het ministerie is er geen verschil tussen het huren van een ict'er voor het ontwerpen van een computernetwerk en het inhuren van een particuliere piloot om een cocaveldje in Colombia te besproeien. En zo ziet Dyncorp het ook graag.

Cowboys

Volksvertegenwoordiger Schakowsky heeft geen hoge pet op van de Dyncorp-werknemers in Colombia. Schakowsky: "Dyncorps werknemers hebben naam gemaakt door zich te gedragen als cowboys." Soldier of Fortune, een blad dat zich bekwaamt in het idealiseren van de militaire huurling, wijdde ooit een omslagverhaal aan Dyncorp met de titel "Colombia's coke-bustin broncos'. Boeren uit Ecuador hebben een proces aangespannen tegen Dyncorp omdat de ontbladeringsmiddelen ook over de grens waaien en daar grote schade aanrichten aan legitieme gewassen.
In Bosnië, waar Dyncorp onderhoud deed voor Amerikaanse troepen en politietaken had, veroorzaakten werknemers van het bedrijf volgens de New York Times een fors schandaal omdat ze minderjarige meisjes misbruikten als sexslavinnen. De werknemers vielen niet onder het militair gezag en werden alleen na een intern onderzoek en een mislukte 'cover-up' door Dyncorp ontslagen. Het incident riep de vraag op aan wie deze moderne huurlingen eigenlijk verantwoording verschuldigd zijn.

FBI

Het is duidelijk dat CSC met de overname van Dyncorp geen kat in de zak heeft. Dyncorp mag zich weliswaar bezighouden met dubieuze militaire avonturen, het bedrijf is ook betrokken bij ict-klussen met perspectief. In augustus 2002 werd Dyncorp samen met IBM en Unisys gekozen als voornaamste ict-leveranciers voor de Transport Security Administration, de overheidsinstelling die zich bezighoudt met de nieuwe beveiligingssystemen voor de Amerikaanse vliegvelden. Dyncorp voert voor de FBI een modernisering door van alle computersystemen. Defensie, beveiliging en politie zijn in het huidige tijdsgewricht vrijwel de enige sectoren waar groei te verwachten is.
Omdat het momenteel goed toeven is in de Amerikaanse staatsruif, hebben verschillende analisten opgemerkt dat de nieuwe combinatie van CSC en Dyncorp op niet al te lange termijn zelf een ideale overname prooi zou kunnen zijn voor een nog groter bedrijf. David Garrity, een analist van American technology reseach, suggereerde IBM en HP als bedrijven die mogelijk geïnteresseerd zouden zijn. Het is echter de vraag of deze bedrijven zich hun vingers willen branden aan mogelijk controversiële toestanden in Colombia , Bosnië en Irak.

 
Teake Zuidema, freelance medewerker

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1388381). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×